Westbroek
Journalistieke Producties

Warmhartige bruut

Warmhartige bruut

‘Jij tiranniseert de hele boel, maar mij krijg je er niet onder!’ beet hij mij toe, nadat ik de lepel waarmee hij mijn zere keel inspecteerde uit zijn handen had geslagen, in doodsangst dat ik van het ding over mijn nek zou gaan. Een ferme klets om mijn oren volgde. Onze huisarts had zijn geduld verloren.

Als wij als kind iets mankeerden, zagen mijn broer en ik de komst van dokter Jan Drost met angst en beven tegemoet. Ons lichamelijk lijden zonk in het niet, vergeleken bij onze vrees voor deze vervaarlijke geneesheer met zijn imposante kale Kojak-kop. Rillend krompen wij ineen als zijn donderende metalen stentorstem ons begroette: ‘Zo, patiënt!’ Als slachtvee voelden wij zijn kille stethoscoop op onze verstijfde borstkasjes neerdalen. Machteloos zagen wij hoe hij onheilspellend blikkerende instrumenten uit zijn koffer toverde.

De jammerkreten van mijn broertje sneden mijn moeder door de ziel, toen Jan Drost een injectiespuit met vlijmscherpe naald gereedmaakte, ter bescherming tegen polio. ‘Dat gebrul is niet nodig!’ baste Drost, terwijl hij de naald resoluut in Broertjes arm plantte. Kinderen moesten stevig worden aangepakt, daar werden ze hard van.

Moeder wilde een andere huisarts.

Oma barstte in snikken uit toen ze dit hoorde.

Decennialang was Jan Drost haar steun en toeverlaat. Hij redde ooit mijn vader van een levensbedreigende longontsteking en zorgde er met zijn montere bemoedigingen voor dat de familie de moed erin hield. Oma’s zwak voor dokter Drost grensde aan een crush. Als Drost zijn komst aankondigde, liep zij niet op pantoffels, haalde zij de bril uit haar haarknot en serveerde zij koekjes en bonbons bij de koffie. Groot was haar bewondering voor de markante voormalige corpsbal en verzetsheld. Zijn woord was wet.

Oma smeekte moeder net zolang om Jan Drost niet de laan uit te sturen, tot zij hem uiteindelijk het voordeel van de twijfel gunde. Het pakte goed uit. Moeders waardering voor deze ruwe bolster met blanke pit groeide gestaag. Ondanks het lepel-incident nam ik een bijzonder plekje bij hem in. Hij had mij op de wereld geholpen en bleef zich altijd betrokken voelen bij mijn wel en wee. Onvergetelijk was zijn steun bij mijn mondelinge eindexamen. Tussentijds hield hij mij op de hoogte van de resultaten, die reuze mee bleken te vallen. Dankzij zijn enorme netwerk, opgebouwd uit zijn studentencorpstijd, kende hij een gecommitteerde, die op zijn verzoek doorgaf hoe ik het had gedaan. Niks illegaals, ik werd niet gematst, maar op die manier hield ik de moed erin en slaagde uiteindelijk met redelijke cijfers.

Een vat vol tegenstrijdigheden was dokter Drost. Een combinatie van no nonsense en oprechte warme belangstelling.

Bij problemen thuis en op school kon hij een hart onder de riem steken. Maar toen ik mogelijk zwanger was na een uit de hand gelopen vakantie-escapade, uitte hij bij mijn moeder zijn twijfels over het waarheidsgehalte, en noemde mij een ‘wonderlijk, lastig, fabulerend meisje’. Kende hij mij werkelijk zo slecht? Fabuleren? Nooit meer gedaan, sinds mijn zesde. Waarom dacht hij dat ik het verzonnen had?

Eigenlijk wilde ik er met hem over praten, maar vond dat toch te moeilijk.

Ik nam hem niet meer in vertrouwen.

In de jaren tachtig werkte ik mee aan het boekje ‘Verzet, meer dan een gerucht’ dat het Rotterdamse verzet in kaart bracht. Voor het boekje, interviewden wij Rotterdamse verzetsmensen. Idee! Jan Drost zou veel kunnen vertellen over de verzetsgroepen waarin hij actief was geweest: het Artsenverzet en De Geuzen. Het Artsenverzet leverde strijd tegen de door de Duitsers ingestelde Artsenkamer. Ze weigerden joodse, psychiatrische en ongeneeslijk zieke patiënten aan te geven. De Geuzen spioneerden en stalen wapens.

In mei 1942 werd Drost met een aantal andere Nederlanders, die de nazi’s als elite beschouwden, afgevoerd naar gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel. De Duitsers hielden de groep vast als onderpand. Als het Nederlandse volk niet braaf meewerkte met de bezetter, zouden de gijzelaars worden geëxecuteerd. Ondertussen kregen zij een voorkeursbehandeling en hadden zij het best gezellig met elkaar. Zo maakten zij het kinderprentenboekje over het olifantje Flapje Wildsnuit, waarvoor Jan Drost de tekst schreef.

Ik sprak af om bij Drost langs te komen voor een interview over zijn verzetstijd, en betrapte mij op het dubbele gevoel hierover. Enerzijds vond ik het leuk om met hem bij te praten. Hoe was het hem na zijn pensioen vergaan? Hij zou ook willen weten wat er van mij was geworden. Anderzijds zag ik ertegenop. Het voelde ook als een confrontatie met een man die ooit mijn vertrouwenspersoon was, maar mij, als het eropaan kwam, niet serieus leek te nemen.

Tijdens het gesprek toonde Drost zich vriendelijk, maar afstandelijk. Er heerste geen sfeer waarin ik kon vragen of hij misschien nog een exemplaar had van Flapje Wildsnuit, voor mijn kinderen. Dat was ik eigenlijk van plan geweest. Wel kreeg ik veel bruikbaar materiaal voor ‘Verzet, meer dan een gerucht’. Toen hij in Sint-Michielsgestel zat, kwamen de Duitsers achter zijn betrokkenheid bij de Geuzen en het Artsenverzet, en stuurden hem naar Dachau, waar hij ternauwernood overleefde. Hij informeerde mij uitgebreid over de werkwijze en de organisatie van beide verzetsgroepen, en het noemen van namen van sleutelfiguren.

Het ooit zo warme contact met Drost ging als een nachtkaars uit. Helemaal, toen ik hem boos maakte met een telefoontje achteraf, waarbij ik vroeg naar de naam van de man die hem onder druk van Duitse martelverhoren had verraden. Niet om deze man aan de schandpaal te nagelen. Het verraad zou niet vermeld worden. Maar mogelijk was hij een belangrijke sleutelfiguur.

‘Jij Krijgt Van Mij Niet Zijn Naam!’ beet hij mij toe, op dezelfde toon als waarop hij mij terechtwees tijdens de traumatische lepelworsteling.

Ik verontschuldigde mij, en legde nogmaals uit dat wij er niets verkeerds mee gingen doen. Morrend accepteerde hij mijn excuses.

Ik heb hem daarna nooit meer gesproken.

Flapje Wildsnuit:

https://geheugen.delpher.nl/nl/platform/view/flapje-wildsnuit-wil-mensch-worden-j-ranitz-prentjes-j-matzer-bloois-versjes-j-Drost-tekst-h-dikkers-uitgave-ranitzde?coll=ngvn&facets%5BcollectionStringNL%5D%5B%5D=Prentenboeken+van+1810+tot+1950&page=1&maxperpage=36&sortfield=datedesc&identifier=PRB01%3A851848583

Laat een reactie achter.

Inloggen is niet nodig. Klik in het tekstveld en kies een naam om als gast te reageren.
blog comments powered by Disqus

Ineke's tweets